Hoge buffers zorgverzekeraars

Zorgverzekeraars moeten van De Nederlandsche Bank (DNB) een verplichte buffer van 3.2 miljard euro achter de hand hebben om eventuele toekomstige tegenvallers op te kunnen vallen. Echter is het gezamenlijke vermogen van alle zorgverzekeraars sinds 2007 gestegen van 4 miljard tot 9,7 miljard euro.

Meer risico

Dit vermogen is 2,5 keer zo hoog als het bedrag dat DNB verplicht stelt. Een reden hiervoor is dat zorgverzekeraars op dit moment meer risico lopen omdat ze vanaf volgend jaar de kosten van verpleging en verzorging op zich moeten nemen. Het CBS verklaart de buffergroei door de winst die zorgverzekeraars vanaf 2011 behaalden. Aan het eind van dit jaar hielden verzekeraars 1,4 miljard euro over. Dit was opmerkelijk omdat de zorgkosten toen ook zijn gestegen.

Taak voor wetgever

Volgens DNB is het niet verstandig als zorgverzekeraars hun buffers aanbreken om de zorgpremie te verlagen. DNB raadt verzekeraars aan om boven de verplichte solvabiliteitsbuffer te sparen, zodat ze een marge overhouden. Dit omdat de risico’s voor de hele verzekeringssector ieder jaar flink schommelen. Tijdens de financiële crisis kwamen veel instellingen in de problemen omdat hun buffers niet hoog genoeg waren, om deze reden is het verstandig om een iets hogere buffer te hebben. In de wet is vastgelegd dat zorgverzekeraars een eigen vermogen van minimaal 11 procent moeten aanhouden. Als zorgverzekeraars hieraan voldoen, is er sprake van een buffer van 100 procent. Toch hebben veel verzekeraars een hogere buffer dan het minimum van 11 procent. DNB laat weten dat ze enkel een minimale buffer kunnen eisen en dat zij niet de instelling zijn om een maximale grens voor de buffer te bepalen. Volgens DNB is die taak voor de wetgever vastgelegd. Martin van Rijn, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,meldt hierover dat de politiek geen maximale winst kan opleggen aan een privaat bedrijf.

Meer interessante artikelen

Discussieer mee!