Beperking keuzevrijheid in belang van verzekerde

Zorgverzekeraars zijn verplicht om voor niet-gecontracteerde zorg ook vergoedingen te betalen wanneer verzekerden van deze zorg gebruik maken. Gemiddeld worden voor dergelijke behandelingen vergoedingen van zo’n 70 tot 80 procent van het marktconforme tarief gehanteerd. In enkele gevallen wordt slechts 60 procent vergoed. Dezelfde regels gelden ook voor zorg die verzekerden in het buitenland afnemen. Deze zorg moet door zorgverzekeraars ook vergoed worden voor zo’n 70 tot 80 procent. Aanstaande donderdag debatteert de Tweede Kamer over het wel of niet afschaffen van deze verplichte vergoeding voor niet-gecontracteerde zorg vanaf 2015. Zorgverzekering.net laat zien waarom de afschaffing van deze verplichte vergoeding in het voordeel van de verzekerde kan zijn. Volgens de Zorgverzekeringswet (Zvw) mag een zorgverzekeraar de vergoedingen voor niet-gecontracteerde zorg niet dusdanig laag maken dat dit een drempel vormt voor verzekerden om van deze zorg gebruik te maken. Zoals de situatie nu is, kan iedere verzekerde dus zelf in het buitenland zorg inkopen waarvan hij graag gebruik wil maken. Dat betekent dat het ook kan gaan om behandelingen die bijvoorbeeld niet bewezen effectief zijn, of die onnodig duur zijn.

Naturapolis en restitutiepolis lijken sterk op elkaar

Er mag dus geen drempel ontstaan voor de verzekerde om zijn zorg bij een bepaalde aanbieder af te nemen. Eigenlijk wordt daarmee het hele idee van de naturapolis onderuitgehaald. Bij een naturapolis zou je immers gebonden zijn aan de zorgaanbieders en ziekenhuizen waarmee je verzekeraar een contract heeft gesloten. Wanneer er echter geen drempel is om van welke zorgaanbieder dan ook zorg af te nemen, lijkt de naturapolis nog sterk op de restitutiepolis. Het enige verschil is dat er bij een naturapolis bij niet-gecontracteerde zorg een vergoeding van zo’n 70-80 procent van het marktconforme tarief wordt geboden in plaats van de volledige 100 procent.

In het belang van de verzekerde

Hoewel het tegenstrijdig lijkt, werkt deze regelgeving niet altijd in het belang van de verzekerde. Het moedigt verzekeraars niet aan om contracten te sluiten, omdat ze ook voor niet-gecontracteerde zorg nog fikse vergoedingen moeten betalen. Bovendien blijven naturapolissen hierdoor duur, omdat ook de niet-gecontracteerde zorg moet worden ingecalculeerd. Wanneer de verplichte vergoeding voor niet-gecontracteerde zorg lager zou worden of in zijn geheel zou komen te vervallen, ontstaat er meer ruimte om de premies te verlagen. Ook de vrije zorgkeuze blijft dan nog steeds bestaan. Voor verzekerden die volledige keuzevrijheid willen, zijn er nog gewoon de restitutiepolissen. Hierbinnen hebben verzekerden volledige vrije zorgkeuze en daar betalen zij dan ook meer voor dan voor de naturapolissen. Verzekerden die specifiek naar een bepaalde zorgaanbieder willen, kunnen hun zorgverzekering daarop selecteren. Zij kunnen dan kiezen voor de verzekering die een contract heeft met hun gewenste zorgaanbieder. Een belangrijke vereiste hierbij is wel dat zorgverzekeraars dan ruim op tijd dienen bekend te maken met wie zij voor het komende jaar contracten hebben gesloten.

Staking huisartsen

De Vereniging van Praktijkhoudende Huisartsen (VPHuisartsen) roept huisartsen, apothekers, fysiotherapeuten, psychologen en tandartsen op om op woensdag 4 juni een uur lang te staken tegen de afschaffing van de keuzevrijheid. Volgens de VPHuisartsen krijgen zorgverzekeraars te veel macht als zij niet meer verplicht zijn om niet-gecontracteerde zorg te vergoeden. Uit eerdere onderzoeken is gebleken dat zorgverzekeraars voornamelijk focussen op prijs bij het inkopen van zorg, en minder op kwaliteit, terwijl juist dat laatste zo van belang is. Wanneer de verplichte vergoeding voor niet-gecontracteerde zorg komt te vervallen, kunnen zorgverzekeraars volledig bepalen bij welke zorgaanbieder patiënten terecht kunnen. Huisartsen kunnen patiënten dan niet automatisch doorverwijzen naar de zorgaanbieder die zij het best vinden, maar moeten eerst nagaan of de zorgverzekering van de patiënt een contract heeft met de zorgaanbieder. Op donderdag 5 juni praten minister Schippers en de Tweede Kamer over het wetsvoorstel.

Meer interessante artikelen

Discussieer mee!